Werkt op alle devices
5x meer slaginskans
Breed aanbod
Header background

VMBO | HAVO | VWO | Rijbewijs

Gratis oefenvragen en proefexamens

Waar mag je niet stilstaan met de auto?

Waar mag je niet stilstaan met de auto

Waar mag je niet stilstaan met de auto?

Als je het auto theorie examen wilt doen, dan krijg je te maken met veel verschillende regels. In dit artikel wordt uitgelegd in welke situaties en waar je niet mag stilstaan met een auto.

 

Verschil tussen stilstaan en stoppen

Het is belangrijk om de begrippen stilstaan, stoppen en parkeren van elkaar te kunnen onderscheiden bij het theorie examen oefenen. Deze begrippen hebben namelijk een betekenis die van elkaar verschilt. De betekenis van parkeren, stilstaan en stoppen zijn afkomstig uit het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Wat is het verschil tussen stilstaan en stoppen?

Stoppen = betekent dat er verkeersnoodzaak is. Dit wordt ook wel verplicht stilhouden genoemd en je blijft deelnemer aan het verkeer.
Voorbeelden stoppen = stoppen voor een stopteken van een verkeersregelaar, stoppen om een andere weggebruiker voor te laten gaan of stoppen voor een gesloten overweg.

Stilstaan = betekent dat je vrijwillig stilstaat. Dit is zonder verkeersnoodzaak.
Voorbeelden stilstaan worden in de volgende paragraaf beschreven.

Parkeren = betekent dat een voertuig stilstaat en geen deelnemer meer bent van het verkeer.
Voorbeelden parkeren = De auto stoppen, uitstappen en vragen naar de weg. De auto stoppen om een brief te posten.
Het onmiddellijk in- en uit laten stappen van een passagiers is stilstaan (dus niet parkeren).

 

Voorbeelden stilstaan met de auto

Voorbeelden van stilstaan met de auto zijn bijvoorbeeld:

  1. Het onmiddellijk laten in- en uitstappen van een passagier.
  2. Het onmiddellijk laden en lossen van goederen.

Het woord “onmiddellijk” is belangrijk, aangezien bedoeld wordt dat het direct gebeurt. Gebeurt het in- en uitstappen of laden en lossen niet direct dan is er eerst sprake van parkeren.

 

Waar mag je stilstaan met de auto?

Het is toegestaan om stil te staan op de rijbaan aan de uiterste linker of rechterkant van de weg. Je maakt een keuze tussen link of rechts aan de hand van de veiligste plek op de rijbaan. Je mag het overige verkeer niet hinderen.

 

Waar mag je niet stilstaan met de auto?

In de volgende situaties mag je met de auto niet stilstaan:

  1. Op een kruispunt.
  2. Op een overweg.
  3. Ook op een fietsstrook met doorgetrokken of onderbroken streep is stilstaan niet toegestaan.
  4. Op een rijbaan langs een fietsstrook met een doorgetrokken of onderbroken streep.
  5. Op een voetgangersoversteekplaats (of andere oversteekplaats).
  6. Binnen 5 meter afstand van een voetgangersoversteekplaats.
  7. Binnen 5 meter afstand van een oversteekplaats voor fietsers, snor- of bromfietsers.
  8. In een tunnel.
  9. Op een rijbaan langs een bus of lijnbusstrook.
  10. Langs een doorgetrokken gele streep.
  11. Aan de zijde waar het bord E2 (verboden stilstaan) is geplaatst.
  12. Bij een bushalte mag je niet stilstaan binnen 12 meter, tenzij je een passagier onmiddellijk laat in- of uitstappen.

 

Waar mag je niet stilstaan met de auto